Er zit een verhaal in je hoofd dat verteld wil worden, maar hoe vertel je het? 
Hoe schrijf je een boek? Welke technische kanten komen erbij kijken?
In deze handleiding voor 12 jaar en ouder lees je hoe boekteksten in elkaar steken, welke technieken kunnen worden toegepast, hoe belangrijk een spanningsboog is en hoe je een personage tot leven brengt. Ook het gebruik van zintuigen is heel belangrijk in een tekst, maar hoe breng je een geur, smaak of emotie zo over dat de lezer die goed ervaart? Hoe krijg je zo veel spanning en vaart in je verhaal dat de lezer niet meer kan ophouden met lezen? Kortom, hoe bouw je een verhaal goed op?

In dit boekje vind je alles wat je weten moet over het schrijven van een boek. Waaraan je bij het schrijven moet denken, maar ook waar je voor moet uitkijken.

Oefening baart kunst: een goede schrijver word je door veel te oefenen! Veel en vaak schrijven, maar ook veel lezen helpt!

Bestel dit boek!

Reviews

Handzaam boekje
“Voordat ik aan het boekje begon had ik enige voorkennis, omdat ik al een schrijfopleiding had gevolgd. Ik recenseer dit boekje om die reden waarschijnlijk op een heel andere manier dan iemand die de ambitie heeft om te schrijven en geen schrijfcursus of – opleiding heeft gevolgd. In En toen, en toen… en toen… staan veel tips hoe je een spanningsboog opbouwt aan de hand van voorbeelden en schrijfoefeningen.
En toen, en toen… en toen… is een boekje om bij de hand te hebben als je schrijft. Het is een leuk naslagwerkje en komt goed van pas bij een writer’s block. De do’s en don’ts worden kortbondig uitgelegd. Het lettertype is groot en de hoofdstukken, onderdelen en oefeningen worden met duidelijke alinea’s en grijs gemarkeerde blokken aangegeven. Dat leest prettig weg en werkt efficiënt als je snel iets terug wilt zoeken. Ook worden er handige websites vermeld.”
(Janine van de H.) 


“Je loopt al een tijdje rond met het idee een boek te gaan schrijven. Er zit een verhaal in je hoofd dat je met de buitenwereld wilt delen, maar hoe vertel je het?
Schrijven is een ambacht. Zoals een kok smaken in een gerecht in balans moet houden, brengt een schrijver een tekst in evenwicht met ‘schrijfingrediënten’. Waar een kok aan de hand van een recept te werk gaat, doet de schrijver dat met de plot.
Beide ambachten hebben met elkaar gemeen dat je stap voor stap ingrediënten toevoegt, soms wat roert (tekst verplaatst) en het even de tijd geeft om te sudderen (laat bezinken).
Veel in kookboeken opzoeken zal een betere kok van je maken, zoals het lezen van deze handleiding je hopelijk genoeg houvast zal bieden een boek te schrijven dat bewondering oogst. Dit boek is een handleiding voor beginnende schrijvers. In de hoofdstukken wordt uitgelegd waar je op moet letten. In elk hoofdstuk staan schrijfoefeningen. Hiermee oefen je bijvoorbeeld om op een andere manier naar de wereld om je heen te kijken. Natuurlijk staan er veel tips in het boek. Een handig boek voor als je schrijver wilt worden.
Informatief, interessant, realistisch.”
(Mathilde T)
Beknopte schrijfgids vol bitesize informatie
“De schrijfgids is vlug in één keer door te lezen, maar als je dat doet raak je algauw overdonderd door de hoeveelheid aan bitesize informatie: de ene tip volgt de andere in vrij rap tempo op. Niet dat alle onderwerpen nieuw voor je zullen zijn, maar hier en daar zitten voor iedereen wel punten waarvan je denkt: díé moet ik even onthouden. Deze handleiding in één ruk uitlezen is dus vooral handig als je een en ander nog even de revue wilt laten passeren, bij wijze van checklist na of tijdens het schrijven.
Moet je nog aan de slag, dan is het goed dit boekje wat rustiger aan door te nemen, per onderwerpje, en tijd te besteden aan de vele schrijfoefeningen. Die helpen je dingen vanuit diverse perspectieven te zien, begeleiden je door een mogelijke writer’s block heen en bieden je een beginnetje om je gedachten even creatief de vrije loop te laten.
Miltenburg stipt allerlei belangrijke aspecten van het schrijven en het manuscript aan, in een soort telegramstijl. Daardoor lijkt het boek een beetje een aaneenschakeling van ‘en toen’s’, maar dan in de stijl van ‘doe dit wel, doe dat niet, vergeet dit niet’ en ‘probeer het eens zo’. Dat is niet per se een nadeel, want zo blijf je bij de essentie en kun je vlug zelf aan de slag.
Naast de voorbeelden uit Miltenburgs eigen werk, staat er een prachtige, tot de verbeelding sprekende anekdote in die gebruikt wordt als houvast bij het ontwikkelen van een plot, bijvoorbeeld. Of als schrijfoefening. Je ziet ‘m vanzelf, ik ga ‘m niet verklappen!
Al met al vind ik dit boek handig als een leidraad of houvast tijdens het schrijven. De auteur wijst schrijvers op de diverse belangrijke aspecten van een verhaal, zonder al te lang bij elk punt stil te staan. Ze geeft een korte beschrijving, maar spoort de lezer veel eerder aan om zelf naar voorbeelden te zoeken in zijn of haar eigen boekenkast, wat natuurlijk zeer leerzaam is.”
(Creative Difference)