VLAAMSE GRIET EN DE TAALTEUGELS

//VLAAMSE GRIET EN DE TAALTEUGELS

VLAAMSE GRIET EN DE TAALTEUGELS

Zo’n twintig jaar geleden schafte ik een speciaal woordenboek aan om – naast de gewone redactie – ook manuscripten van Vlaamse auteurs te kunnen ‘ontvlaamsen’. De toekomstige boeken moesten op de Nederlandse markt immers óók goed verkoopbaar zijn. Nederlandse boekverkopers waren toen niet zo verzot op ‘Belgische teksten’, terwijl de Vlaming toch echt mooie, passende woorden of uitdrukkingen gebruikt.

Behalve de typisch Vlaamse woorden en termen valt in de taal van ons buurland op dat geslachten van zelfstandig naamwoorden vaak verschillend zijn en de criteria hiervoor ondoorgrondelijk.

In Vlaanderen zegt men namelijk van ‘de tafel’ dat zij in de weg staat; in Nederland zegt men dan hij dat doet.

Voor ‘wat’ zegt men in Nederland eerder ‘een beetje’; voor ‘plots’ wordt vaker ‘plotseling’ of ‘ineens’ gebruikt.

Waar men in Vlaanderen het hoofd schudt, schudt de Nederlander zijn of haar hoofd; voor ‘wanneer’ gebruikt men in Nederland eerder ‘als’; ‘nog altijd’ is in Nederland vaker ‘nog steeds’ en een ‘voorbije nacht’ een ‘afgelopen nacht’.

Dan hebben we nog de ‘-tallen’. Wij gaan doorgaans niet hoger dan ‘een drietal jongens’ en alles wat meer is zijn gewoon ‘vier jongens’ of ‘vijf stuks’. Heeft een Vlaming het dan over ‘een honderdtal kuikens’, zegt de Nederlander ‘zo’n honderd kuikens’. 

Heel verwarrend vind ik de termen voor de manier waarop we ons voortbewegen: lopen = rennen; stappen = lopen! Praat je met je zus, dan zeg je niet: Dat is het verhaal dat ik je, maar u wilde vertellen.

En zo zijn er nog veel meer verschillen, die we allemaal best kunnen begrijpen, maar die ons toch vreemd in de oren klinken. 

Mijn woordenboek Vlaams-Nederlands legt de betekenissen bloot van ambetanterik (= vervelend persoon, zeurpiet, lastpost) tot zwanzer (grappenmaker); hier een greep uit de typische vlaamsigheden:

Aangewezen – aan te raden
Bokaal – pot
Botten – laarzen
Dat is er over – dat is overdreven
Dikke nek hebben – praatjes hebben
Droogkuis – stomerij
Droogzwierder/ droogslingeraar/ droogkast – centrifuge
Duimspijker – punaise
Duplex – een woning met een bovenverdieping
Een ander paar mouwen – andere koek
Foto trekken – foto maken
Goesting – zin, lust
Ik zie u graag – ik vind je leuk
Klappen – kletsen
Klavier – toetsenbord
Kuisvrouw – schoonmaakster
Lavabo – wastafel
Lek rijden – lekke band krijgen
Met iemands voeten spelen – iemand voor de gek houden
Moederszalf – speeksel
Nood hebben – behoefte hebben
Onthaal – receptie
Op kot – op kamers
Op de trein, bus – in de trein, bus
Plezant – plezierig
Plooifiets – vouwfiets
Rondpunt – rotonde
Ruit aftrekken – raam lappen
Schoon kleedje – mooie jurk
Schotelvod – vaatdoek
Sloefkes – pantoffels
Snotvalling – verkoudheid
Solden – uitverkoop
Stil spreken – zacht spreken
Straat keren – straat vegen
Straffe bak – snelle auto
Vallende sterren op de snelweg – flitspalen
Valschermspringer – parachutist
Van in – vanaf
Verloren lopen – verdwalen
Vijgen na Pasen – mosterd na de maaltijd
Voormiddag – ochtend
Weeral – alweer
Zetel – stoel
Zwerfauto – camper

Sinds de successen van Griet op de Beeck hebben uitgeverijen en boekhandelaren de taalteugels behoorlijk laten vieren; wij Nederlanders vinden het Vlaams kennelijk toch niet zo onprettig om te lezen als aanvankelijk gedacht werd. Toch blijft ‘ontvlaamsen’ voor sommige Vlaamse uitgeverijen nog wel belangrijk.

 

2018-07-05T11:55:24+00:00